Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 22/03/2026 - Juridisch

Werknemer verblijft in Portugal . (Terechte) loonstop wegens niet naar Nederland komen voor (medische) controle?

Juridisch

In een vonnis van de kantonrechter Amsterdam stond de vraag centraal of een werkgever van een arbeidsongeschikte werknemer mocht verlangen dat hij op verzoek van de bedrijfsarts naar Nederland kwam om zijn arbeids(on)geschiktheid te laten beoordelen. De werknemer verbleef in Portugal. Toen hij niet naar Nederland kwam, paste de werkgever een loonstop toe. De kantonrechter oordeelde dat die loonstop terecht was. Hoewel de beslissing van de kantonrechter goed te begrijpen is, als naar de feiten van de zaak wordt gekeken, moeten toch vraagtekens bij de beslissing worden geplaatst. In ons commentaar gaan we in op de Europese wetgeving die in deze zaak een rol speelt.

Uitspraak

In een vonnis van de kantonrechter Amsterdam stond de vraag centraal of een werkgever van een arbeidsongeschikte werknemer mocht verlangen dat hij op verzoek van de bedrijfsarts naar Nederland kwam om zijn arbeids(on)geschiktheid te laten beoordelen. De werknemer verbleef in Portugal. Toen hij niet naar Nederland kwam, paste de werkgever een loonstop toe. De kantonrechter oordeelde dat die loonstop terecht was. Hoewel de beslissing van de kantonrechter goed te begrijpen is, als naar de feiten van de zaak wordt gekeken, moeten toch vraagtekens bij de beslissing worden geplaatst. In ons commentaar gaan we in op de Europese wetgeving die in deze zaak een rol speelt.

Een werknemer was op 21 december 2023 naar Portugal gereisd vanwege een familiaire aangelegenheid: de hond van de werknemer, die bij zijn moeder verbleef, lag op sterven en kon niet langer door zijn moeder worden verzorgd. Nadat de hond was overleden, meldde de werknemer zich op 25 december 2023 ziek. Op 28 december 2023 stuurde hij een Portugese doktersverklaring aan zijn werkgever, waarin stond dat de werknemer ziek was. De Portugese arts verklaarde daarbij ook: “Gezien de situatie moet hij momenteel reizen vermijden.” De werknemer zelf liet weten dat hij in Portugal een therapietraject van een maand was gestart.
Op 23 januari 2024 vond een digitaal spreekuur plaats met de bedrijfsarts in Nederland. De bedrijfsarts noteerde dat een onderzoek nodig was dat niet digitaal kon worden uitgevoerd. Na de behandeling van een maand in Portugal zou de werknemer naar Nederland moeten komen voor behandeling. Op de vraag of sprake was van een reisbeperking antwoordde de bedrijfsarts: “nee”. Ook noteerde hij: “De voorwaarde voor ziekteverzuim is dat betrokkene in Nederland zijn behandeling volgt.”
Daarna vroeg de werknemer tot tweemaal toe om een second opinion door een andere bedrijfsarts, maar die verzoeken werden door de arbodienst afgewezen. Ook een verzoek om begeleiding door een andere bedrijfsarts werd afgewezen.
Vervolgens ontstond discussie over een afspraak bij de bedrijfsarts in februari 2024. De werknemer verscheen niet op het consult van 20 februari 2024, maar stelde dat hem de verkeerde datum was doorgegeven en dat de afspraak eigenlijk op 21 februari zou plaatsvinden. In zijn e-mail schreef hij zelfs: “I was prepared to come to the in person appointment on the 21st.” De werkgever bood later excuses aan voor de verwarring over de datum.
Op 27 februari 2024 vond alsnog een digitaal consult plaats. Ook toen bleef de bedrijfsarts bij zijn eerdere oordeel. Volgens de bedrijfsarts is er duidelijk een probleem maar is de vraag of er ook sprake is van ziekte. In de rapportage staat: “I cannot assess problem digitally” en ook: “The person concerned does not have a travel restriction.” De werknemer bleef daarna desondanks in Portugal. Later beriep hij zich ook nog op klachten na een motorongeluk in april 2024, maar daarin zag de kantonrechter geen voldoende onderbouwde reisbeperking.
In een brief van 21 maart 2024 deelt de werkgever aan de werknemer mede dat de loonbetaling wordt stopgezet. Dat leidt tot een procedure bij de kantonrechter, waarin de werknemer betaling van het loon vordert.
De kantonrechter volgt echter de werkgever. De rechter overweegt dat in Nederland de bedrijfsarts degene is die moet vaststellen of een werknemer in staat is passende werkzaamheden te verrichten en dat de werkgever bij de inrichting van de re-integratie op dat oordeel mag afgaan. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat het afreizen naar Nederland in deze zaak nodig was voor de re-integratie en dat “het voorschrift van de werkgever daarom gepast en niet onredelijk is.” Daarbij woog mee dat de bedrijfsarts herhaaldelijk had geoordeeld dat geen reisbeperking bestond, dat de Portugese medische stukken volgens de kantonrechter te weinig concreet waren en dat de werknemer zelf had geschreven dat hij bereid was geweest om naar Nederland te komen. De conclusie luidde daarom dat de werknemer zonder deugdelijke grond het voorschrift niet had opgevolgd en dat de loonstop terecht was.

Commentaar

Een werknemer die vanwege een zieke hond naar het buitenland vertrekt en die zich na het overlijden van de hond enkele dagen later ziekmeldt, waarna kort daarna een behandeling van een maand in het buitenland zou moeten plaatsvinden, zonder dat de werknemer in staat zou zijn om naar Nederland te reizen. Het is niet vreemd dat de werkgever (en mogelijk ook de bedrijfsarts en de kantonrechter) zich daarbij even achter de oren hebben gekrabd.
De zaak liep uiteindelijk voor de werkgever goed af, zelfs ondanks dat aan de werknemer ten onrechte een second opinion was geweigerd. De uitspraak van de kantonrechter is echter vooral interessant door wat er niet in staat. De kantonrechter noemt namelijk nergens de Europese verordeningen, terwijl het ging om een werknemer die in Portugal verbleef en die daarom binnen de Europese coördinatieregels viel. De motivering is volledig opgebouwd vanuit het Nederlandse systeem van loondoorbetaling, redelijke voorschriften en re-integratieverplichtingen. Daarbij staat vooral centraal dat de werkgever op het oordeel van de bedrijfsarts moet afgaan.
De Europese verordeningen zijn in dit verband wel relevant. Zij regelen in grensoverschrijdende situaties niet alleen van welk land het rechtsstelsel van toepassing is, maar ook hoe medische controle en beoordeling van arbeidsongeschiktheid moeten worden ingericht. Het uitgangspunt daarbij is dat controle in beginsel plaatsvindt in het verblijfsland van de werknemer. Daarmee komt in dit soort zaken ook de vraag op of beoordeling in het verblijfsland mogelijk was en of de werkgever die route voldoende heeft benut, voordat een oproep voor een onderzoek in Nederland in beeld komt.
Opvallend is in dat verband ook de formulering van de bedrijfsarts dat “De voorwaarde voor ziekteverzuim is dat betrokkene in Nederland zijn behandeling volgt.” Het is onduidelijk wat de bedrijfsarts hiermee bedoelt te zeggen. Uit de uitspraak blijkt niet of daarmee een medisch oordeel is bedoeld, een praktisch re-integratieadvies, of een verdergaande voorwaarde die aan het ziekteverzuim wordt verbonden. Dat is relevant, omdat niet zonder meer vanzelf spreekt dat behandeling in Nederland een voorwaarde is voor loondoorbetaling tijdens ziekte van een werknemer die binnen de Europese Unie in een andere lidstaat verblijft. De kantonrechter gaat op dat punt niet in.
In meerdere uitspraken is te zien dat, zodra de Europese verordeningen expliciet in beeld komen, het juridische vertrekpunt verschuift. Dan wordt eerder aangenomen dat een werknemer die binnen de EU verblijft niet zonder meer kan worden verplicht om voor controle naar Nederland te komen. Dat betekent niet automatisch dat de uitkomst in de Portugese zaak anders had moeten zijn. De uitspraak is te summier om dat te kunnen beoordelen. Zo blijkt uit de uitspraak niet goed in hoeverre de bedrijfsarts heeft onderbouwd waarom de Portugese medische informatie onvoldoende was en waarom beoordeling in Portugal zelf geen reële optie was. Ook blijkt niet dat via de daarvoor aangewezen Portugese instantie (Segurança Social, functioneel vergelijkbaar met het UWV in Nederland) een beoordeling is gevraagd. Juist dat zijn punten die in een zaak als deze van betekenis zijn als het Europese kader wel expliciet wordt betrokken.
Tegelijk bevatte deze zaak wel feiten die voor de werknemer ongunstig waren. De bedrijfsarts had herhaaldelijk geoordeeld dat geen reisbeperking bestond. En de werknemer had zelf geschreven dat hij bereid was geweest om naar Nederland te komen. Tegen die achtergrond is het oordeel dat het voorschrift om naar Nederland te komen voor onderzoek goed te volgen.
Maar de motivering had dan juridisch wel anders opgebouwd moeten worden. De kantonrechter had in dat geval moeten ingaan op het Europeesrechtelijke uitgangspunt dat medische controle in beginsel plaatsvindt in het verblijfsland van de werknemer, en had moeten uitleggen waarom dat in deze zaak niet aan de orde was.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.