Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 03/09/2022 - Juridisch

Ongeoorloofde afwezigheid is ernstig verwijtbaar gedrag

Juridisch

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een werknemer die het in het computersysteem van de werkgever deed voorkomen alsof hij aan het werk was, maar in feite niet of nauwelijks werkte. Omdat de kantonrechter van mening is dat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder dat de werkgever de transitievergoeding behoeft te betalen.

Bij een bedrijf dat projecten uitvoert op het gebied van engineering, inkoop, constructie, onderhoud en management van grote projecten, werkt sinds 2013 een buitenlandse werknemer. Tijdens de coronapandemie hebben de werknemers van het bedrijf in beginsel thuis gewerkt. Vanaf 18 februari 2022 wordt van de werknemers echter verwacht dat zij de helft van de arbeidstijd op kantoor werken. De werknemers van het bedrijf betreden en verlaten het bedrijfspand via de hoofdingang, waarbij zij een persoonlijke pas moeten gebruiken. Op die manier wordt tevens in- en uitgeklokt. Ook binnen het pand moeten diverse deuren met die pas worden geopend. Er is echter een nooddeur die leidt naar het parkeerterrein, waarvoor geen pas noodzakelijk is. Die nooddeur moet gesloten blijven, als geen sprake is van een noodsituatie. In april 2022 constateert het bedrijf dat de nooddeur meerdere malen geopend is. Na bestudering van camerabeelden en van de registratie van het gebruik van de persoonlijke passen van de werknemers concludeert de werkgever dat de werknemer meerdere malen het pand via de nooddeur heeft verlaten. De werkgever confronteert de werknemer dan met het feit dat hij diverse malen in de laatste maand ingeklokt heeft, zijn laptop opgestart heeft, het bedrijfspand door de nooddeur heeft verlaten, naar de parkeerplaats is gegaan en met zijn auto is weggereden. Aan het eind van de dag was de werknemer dan weer terug gekomen om uit te klokken en het kantoorpand via de normale manier te verlaten. De werknemer ontkent een en ander, met uitzondering van twee keer voor artsenbezoek. Hij zou de nooddeur overigens alleen hebben gebruikt om buiten het pand te roken. Later geeft de werknemer ook aan dat hij ook een paar maal naar een nabijgelegen tankstation is gegaan om sigaretten te kopen. Bij die gelegenheid vraagt hij de werkgever ook of hij vanuit huis kan blijven werken. Uiteindelijk legt de werkgever de werknemer een voorstel voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor, maar de werknemer wijst dat voorstel af. Daarop wordt de werknemer vrijgesteld van arbeid en vraagt de werkgever de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Aan het verzoek legt de werkgever ten grondslag dat de werknemer in de periode van 23 februari 2022 tot en met 20 april 2022 op 19 werkdagen zichzelf in het bedrijfssysteem heeft ingelogd als aanwezig, terwijl hij feitelijk een groot deel van de werkdag buiten het bedrijfspand is geweest en niet of nauwelijks heeft gewerkt. Aldus heeft de werknemer zich volgens de werkgever schuldig gemaakt aan “dagdieverij”.
De kantonrechter is van mening dat de werkgever inderdaad voldoende heeft aangetoond dat de werknemer op 19 werkdagen langdurig niet in het bedrijfspand aanwezig is geweest. Het verweer van de werknemer rammelt volgens de kantonrechter en is onvoldoende onderbouwd. De werkgever heeft de werknemer ook in voldoende mate in de gelegenheid gesteld om op de beschuldigingen te reageren. De dagdieverij is volgens de kantonrechter te kwalificeren als “ernstig verwijtbaar handelen of nalaten”. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder dat de werknemer recht heeft op de transitievergoeding en zonder dat de opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen. Herplaatsing is in een dergelijk geval niet aan de orde. Het feit dat de werknemer woont in een land waarvan hij de taal niet spreekt en ook de gezinssituatie van de werknemer, maken niet dat de werknemer toch recht heeft op de transitievergoeding. De werknemer had een billijke vergoeding gevraagd van € 250.000, maar omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, maar juist van de werknemer, wordt die vergoeding door de kantonrechter van de hand gewezen.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.