Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is nu open!
b+p Belastingadviseurs - 15/10/2015 - Juridisch

Ontslag na onbevoegd inzien klant- of patiëntgegevens

Juridisch

Recent zijn twee uitspraken gepubliceerd, die zien op werknemers die op staande voet werden ontslagen nadat zij onbevoegd gegevens van een patiënt of klant van hun werkgever hadden ingezien.

De eerste uitspraak, van de Rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2015, had betrekking op een polikliniekassistente die herhaaldelijk medische gegevens van een patiënt – te weten haar halfbroer waarmee zij geen goede relatie had – had ingezien terwijl zij daartoe niet bevoegd was. Dit was, uiteraard, in strijd met de gedragscode en het beleid van haar werkgever, een ziekenhuis. Dit heeft haar daarop op staande voet ontslagen.

De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster niet alleen onbevoegd medische gegevens heeft geraadpleegd maar óók geen openheid van zaken heeft gegeven, toen haar werd gevraagd naar reden en aanleiding tot haar handelwijze. Dit vormt gelet op het vertrouwen dat de werkgever moet kunnen stellen in haar medewerkers, juist waar het gaat om zeer privacygevoelige patiëntgegevens, een zodanig ernstige misdraging dat sprake is van een dringende reden. Van de werkgever kan dan ook niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het ontslag op staande voet wordt in stand gehouden.

De tweede uitspraak, van de Rechtbank Noord-Nederland van 15 september 2015, had een werkneemster van een bank onterecht klantgegevens geraadpleegd van de nieuwe vriendin van haar echtgenoot (met wie de werkneemster in een echtscheiding verwikkeld was) en ten aanzien van deze vriendin – zonder functionele reden – een BKR-toets uitgevoerd. De werkneemster heeft toegegeven deze handelingen te hebben verricht en dat zij ermee bekend was dat dit niet mocht volgens de gedragscode. De werkneemster heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van interne regelingen en de gedragscode van de bank. De bank heeft daarom de werkneemster op staande voet ontslagen.

De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De kantonrechter overweegt echter ook dat bij de vraag of een ontslag op staande voet rechtsgeldig is de aard en ernst van het handelen van de werkneemster moeten worden afgewogen tegen de door de werknemer aangevoerde persoonlijke omstandigheden. Deze afweging valt in het voordeel van de werkneemster uit. Daartoe acht de rechter redengevend dat de werkneemster reeds 31 jaar in dienst was bij de werkgever, dat de werkneemster gedurende dit lange dienstverband altijd naar behoren heeft gefunctioneerd en dat de werkneemster als alleenstaande moeder met drie kinderen door het ontslag op ernstige wijze zal worden geraakt.

Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat de werkneemster op het moment dat zij het systeem inzag onder grote psychische spanning stond, een situatie waarvan haar werkgever op de hoogte was. Haar echtgenoot had haar bedreigd, hij had bij een collega van haar geïnformeerd op welk nabestaandenpensioen hij zou kunnen rekenen als zij dood zou zijn en volgens haar dochter werd de partner van zijn nieuwe vriendin regelmatig met spoed in het ziekenhuis opgenomen. De werkneemster had aangevoerd dat zij in doodsangst verkeerde.

Op basis van deze persoonlijke omstandigheden kan volgens de kantonrechter het ontslag op staande voet geen stand houden.

In beide zaken komt naar voren dat het onbevoegd inzien van klant- of patiëntgegevens in beginsel niet hoeft te worden getolereerd. Echter – zoals het geval in de tweede uitspraak – kunnen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer met zich meebrengen dat een ontslag op staande voet een te zware sanctie is.

De werkgever in de tweede zaak had nog middels een zelfstandig tegenverzoek voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht – voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zou houden. Een dergelijk tegenverzoek in een procedure waarin het ontslag op staande voet wordt aangevochten is onder het nieuwe recht mogelijk. Eerder diende een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in een afzonderlijke procedure te worden gedaan, zoals is gebeurd bij de eerste uitspraak.

Het ontbindingsverzoek kan de werkgever echter niet baten; ondanks dat de werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld, rechtvaardigt dit (gezien de omstandigheden van het geval) volgens de kantonrechter niet dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Bron: Wieringa advocaten

Auteur: Jolien Kraaijvanger

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.