In deze blog gaan wij nader in op de vereisten van de WBTR en de aanbevolen statutenwijziging die hiermee gepaard gaat.
Wat is de WBTR?
De WBTR heeft tot doel om de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen te verbeteren. Om dit te realiseren zijn de wettelijke regels geprofessionaliseerd. Onder de WBTR moeten de rechten en verplichtingen van bestuurders en toezichthouders van een vereniging of stichting explicieter worden vastgelegd. In veel gevallen is door de wetgever aangesloten bij de al geldende regels voor bestuurders en toezichthouders van N.V.’s en B.V.’s.
Het toepassingsbereik van de WBTR is breed: er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van grootte of het doel van de vereniging of stichting. De WBTR ziet daarmee op zowel grote beroepsorganisaties als op kleine gezelligheids- en sportverenigingen.
De vereisten van de WBTR
Sinds 1 juli 2021 is de WBTR van kracht. In onze eerdere blog zijn de belangrijkste wijzigingen onder de WBTR op een rijtje gezet. Het is van belang dat verenigingen en stichtingen hun statuten in lijn brengen met de vereisten onder de WBTR. Voor de door te voeren wijzigingen gelden verschillende deadlines.
Zo bepaalt de WBTR: “Op een statutaire regeling die inhoudt dat in alle gevallen waarin de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders of commissarissen, de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij wordt vertegenwoordigd door een ander dan het bestuur of een bestuurder, kan na de inwerkingtreding van de wet geen beroep meer worden gedaan.“
Daarnaast bepaalt de WBTR dat de rechtspersoon bij de eerstvolgende statutenwijziging na 1 juli 2021 de statuten in overeenstemming met artikel 44 leden 4 en 5, artikel 47 leden 4 en 5, artikel 142 lid 4, artikel 291 leden 4 en 5 en artikel 292a leden 4 en 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek brengt.
Tot slot bepaalt de WBTR dat een statutaire bepaling die vóór inwerkingtreding van de WBTR bepaalde dat een bestuurder of een commissaris van een vereniging of stichting meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders respectievelijk commissarissen tezamen, geldig is tot uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de WBTR of tot de eerstvolgende statutenwijziging na de inwerkingtreding van deze wet, naar gelang welk moment eerst valt.
De gevolgen van de WBTR per 1 juli 2026
De statuten van een vereniging of stichting kunnen bepalen dat aan een (met name of in functie aangeduide) bestuurder of commissaris meer dan één stem wordt toegekend. Deze mogelijkheid wordt nu, middels de WBTR, wettelijke begrensd (artikel 2:44 lid 4, 2:47 lid 4, 2:291 lid 4 en 2:292a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek). Het is dus bijvoorbeeld niet langer mogelijk om in een bestuur van drie personen bestuurder A en B één stem toe te kennen en bestuurder C drie stemmen. Hiermee wordt voorkomen dat één persoon de facto alle besluiten kan blokkeren of doordrukken.
Staat in uw statuten een bepaling die voorschrijft dat een bestuurder of commissaris meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen tezamen? Vanaf 1 juli 2026 is een bepaling van deze strekking ongeldig.
Is een statutenwijziging noodzakelijk?
Hoewel de WBTR geen algemene verplichting bevat om uw statuten voor 1 juli 2026 te wijzigen, is het wel raadzaam om uw statuten tijdig in lijn te brengen met de WBTR. Zo voorkomt u dat ongeldige bepalingen in de statuten staan, waar dus geen beroep meer op kan worden gedaan. Bij de eerstvolgende statutenwijziging moet de rechtspersoon immers ook de volgende bepalingen in lijn te brengen met de WBTR, indien dit nog niet is gedaan:
Een regeling omtrent tegenstrijdige belangen
De statutaire regeling omtrent tegenstrijdige belangen moet in lijn zijn met de WBTR. Is uw statutaire bepaling niet in lijn? Dan is deze reeds vanaf 1 juli 2021 niet meer geldig. De WBTR bepaalt in geval van tegenstrijdige belangen het volgende. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Om te voorkomen dat geen besluitvorming meer kan plaatsvinden, is de escalatieregeling in het leven geroepen:
- Wanneer geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen.
- Bij ontbreken van een raad van commissarissen, wordt het besluit: (i) bij de vereniging genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen en (ii) bij de stichting genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen, tenzij de statuten anders bepalen.
- De statuten kunnen bepalen dat het bestuur in een dergelijk geval als nog beslist (inclusief de betreffende bestuurder(s)). In zo’n geval moeten de overwegingen wel schriftelijk worden vastgelegd.
Een regeling omtrent ontstentenis en/of belet
De WBTR bepaalt (middels artikel 2:44 lid 5, 2:47 lid 5, artikel 142 lid 4, 2:291 lid 5 en 2:292a lid 5 van het Burgerlijk Wetboek) dat de statuten vanaf de eerstvolgende statutenwijziging na 1 juli 2021 voorschriften moeten bevatten over de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders en commissarissen. De statuten mogen deze voorschriften ook bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders.
In de statuten kan nader worden bepaald wanneer sprake is van belet. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de betreffende functionaris zijn functie niet kan uitoefenen wegens ziekte of tijdelijke afwezigheid. Van ontstentenis is sprake indien er geen functionaris voor de functie is, bijvoorbeeld omdat deze reeds is ontslagen. Degene die bij ontstentenis of belet van bestuurders ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een bestuurder gelijkgesteld.
Bron: Wieringa advocaten
Auteur: Sharon van Woerden, advocaat