Minister Aartsen somt onder meer de concrete beleidsstappen op die worden genomen, variërend van een aanpassing van de webmodule beoordeling arbeidsrelatie tot de uitwerking van een nieuwe Zelfstandigenwet. “De drie lijnen waar eerdere kabinetten aan werkten (een gelijker speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt als werknemer of zelfstandige, verbetering handhaving op schijnzelfstandigheid) blijven overeind, hoewel de invulling ervan op onderdelen aangepast wordt aan de koers van dit kabinet”.
Schrappen Vbar-verduidelijking en versnelling rechtsvermoeden
Op korte termijn schrapt het kabinet het zogeheten verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Volgens de Minister was “de onzekerheid en kritiek over de criteria uit het verduidelijkingsonderdeel” aanleiding om dit te laten vallen, omdat die werden “ervaren als een verzwaring ten opzichte van de huidige wet- en regelgeving”. Het huidige toetsingskader, gebaseerd op de meest recente jurisprudentie, wordt door het Ministerie van SZW gepubliceerd op hetjuistecontract.nl.
Tegelijkertijd gaat het kabinet “met hoog tempo” door met het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een uurtarief van 38 euro. “Werkenden die onder dat tarief werken en menen recht te hebben op een arbeidsovereenkomst, krijgen hierdoor een betere rechtspositie”, schrijft de minister. Publicatie in het Staatsblad wordt uiterlijk 31 augustus 2026 beoogd.
Webmodule aangepast op extern ondernemerschap
Naar aanleiding van de Hoge Raad van 21 februari 2025 – waarin is bevestigd dat extern ondernemerschap volwaardig en zonder rangorde wordt meegewogen – kondigt de brief een concrete aanpassing aan. “De webmodule beoordeling arbeidsrelatie zal worden aangepast door de rol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina”, aldus het kabinet. Ook de leidraad binnen de Rijksoverheid wordt herzien op basis van de meest recente jurisprudentie. “Op korte termijn zal dit ook tot uitdrukking worden gebracht in het – op de websites van de Belastingdienst en hetjuistecontract.nl – te publiceren beslis- en afwegingskader.”
Zelfstandigenwet als nieuw wettelijk kader
Voor de langere termijn wil het kabinet “zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet”. Daarbij worden “de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel vanuit verschillende fracties (VVD, D66, CDA en SGP) uit de Tweede Kamer als leidraad” genomen. Doel is om vooraf meer duidelijkheid te scheppen over wanneer iemand geen werknemer is en als zzp’er kan worden ingehuurd, “en tegelijkertijd vast te leggen welke verantwoordelijkheden bij die zelfstandige horen”. Over de vervolgstappen wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd.
Handhaving blijft, communicatiecampagne benadrukt wat wél kan
Het kabinet houdt vast aan handhaving op schijnzelfstandigheid. “De markt is niet gebaat bij zigzagbeleid, maar bij voorspelbaarheid en duidelijke spelregels”, schrijft de minister. Tegelijkertijd start het kabinet voor de zomer een campagne die juist laat zien hoe wél met zzp’ers kan worden gewerkt, mede vanwege signalen dat opdrachtgevers soms “bij voorbaat al deuren sluiten zonder eerst het gesprek aan te gaan”. De overheid geeft daarbij het voorbeeld: het aantal potentieel schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid wordt teruggebracht naar nul, maar van “categorisch uitsluiten van zzp’ers” mag geen sprake zijn. Het totaal aantal zelfstandigen binnen de Rijksoverheid steeg in de eerste helft van 2025 van 3.778 naar 4.039. “Dat laat zien dat de ruimte om met zelfstandigen te werken er ook binnen de Rijksoverheid is, als je het goed regelt met elkaar.”
Bron: Acountancyvanmorgen