Aan een werknemer is met ingang van 16 februari 2019 een WW-uitkering toegekend. Ruim een jaar later besluit het UWV om per diezelfde datum een Ziektewetuitkering aan de werknemer toe te kennen. De oorspronkelijk toegekende WW-uitkering moet daarmee dan zijn vervallen. Het gevolg daarvan is dat de Ziektewetuitkering behoort tot het risico van de werkgever die op dat moment eigenrisicodrager voor de Ziektewet was.
De eigenrisicodrager meldt de ex-werknemer vervolgens per 23 augustus 2010 hersteld. Het UWV besluit dan op 24 augustus 2010 dat de Ziektewetuitkering per 23 augustus 2010 wordt beëindigd. Tegen dat besluit maakt de ex-werknemer geen bezwaar.
Meer dan tien jaar (!) later, op 1 februari 2021, vraagt de ex-werknemer het UWV om terug te komen van dat besluit. Vervolgens besluit het UWV op 10 december 2021 dat de werknemer met ingang van 10 februari 2020 recht heeft op een IVA-uitkering.
De ex-werknemer stelt schade te hebben geleden door dit besluit van het UWV, aangezien hij door de nabetaling van de IVA-uitkering over de periode van 10 februari 2020 tot 1 januari 2022 meer inkomstenbelasting heeft moeten betalen, recht had op een lager bedrag aan huur-en zorgtoeslag en bijstand aan de gemeente heeft moeten terugbetalen, dit vanwege een ontvangen erfenis en wettelijke rente. In 2024 wijst het UWV een verzoek van de ex-werknemer om schadevergoeding af. Volgens het UWV is het besluit van 24 augustus 2010 wel onrechtmatig, omdat het UWV is teruggekomen van de eerdere hersteldmelding, maar is het UWV daarvoor niet aansprakelijk omdat de uitvoering van de Ziektewet, inclusief de verzuimbegeleiding en de medische controle, de verantwoordelijkheid van de eigenrisicodrager was. De ex-werknemer is in de periode van oktober 2010 tot januari 2021 niet bij het UWV in beeld geweest.
Daarop verzoekt de ex-werknemer de rechtbank om schadevergoeding aan hem toe te kennen. De rechtbank stelt vast dat de onrechtmatigheid van het besluit van 24 augustus 2010 niet in geschil is. Maar de rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat het onrechtmatige besluit niet is terug te voeren tot handelen of nalaten van het UWV, maar van de eigenrisicodrager. Fouten bij de besluitvorming komen daardoor volgens de rechtbank niet voor rekening van het UWV. Voor zover de geleden schade het rechtstreekse en onmiddellijke gevolg zijn van het ten onrechte beëindigen van de Ziektewetuitkering per 23 augustus 2010, is dat volgens de rechtbank niet het gevolg van het besluit van het UWV van 24 augustus 2010.