Een detacheringsbedrijf had de kosten van de opleiding tot vrachtwagenchauffeur voor een werkneemster betaald en had daaraan de voorwaarde verbonden dat deze kosten moesten worden terugbetaald, als de werkneemster zich niet via het detacheringsbedrijf liet uitzenden naar klanten van het detacheringsbedrijf. Het studiekostenbeding dat aldus was gesloten, was volgens de kantonrechter rechtsgeldig omdat het niet ging om een opleiding die noodzakelijk was voor de uitoefening van de functie, maar om een startkwalificatie.
Een bedrijf dat zich bezighoudt met het detacheren van werknemers op het gebied van transport en logistiek, heeft met een vrouw een overeenkomst gesloten, waarbij is overeengekomen dat de vrouw een opleiding zal gaan volgen voor vrachtwagenchauffeur en dat het detacheringsbedrijf de kosten van de opleiding zal betalen. Dat gebeurt op basis van een leningsovereenkomst, waarbij de vrouw in beginsel verplicht wordt om de opleidingskosten terug te betalen. De opleidingskosten worden echter kwijtgescholden zodra de vrouw 52 weken via het detacheringsbedrijf heeft gewerkt en/of op deze wijze 52 weken € 25 netto per week heeft terugbetaald. Daarna wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden. De kosten van extra lessen en/of herexamens blijven echter voor rekening van de vrouw. Als het detacheringsbedrijf geen uitzendovereenkomst aan de vrouw kan aanbieden en de wekelijkse inhouding van het bedrag van € 25 netto om die reden niet kan plaatsvinden, vervalt de terugbetalingsverplichting.
Op basis van die overeenkomst start de vrouw met de opleiding tot vrachtwagenchauffeur. De kosten van de opleiding bedragen € 6.925, die door het detacheringsbedrijf worden voorgeschoten. Na drie herexamens en extra lessen wordt de opleiding door de vrouw uiteindelijk met succes afgerond.
De vrouw wordt daarna door het detacheringsbedrijf bij een klant (PostNL) gedetacheerd, maar na ongeveer twee weken wordt de detachering in overleg met de werkneemster beëindigd, omdat zij het werk te zwaar vindt.
Nadat het deteacheringsbedrijf meerdere functies voor vrachtwagenchauffeur bij verschillende opdrachtgevers aan de werkneemster heeft aangeboden, komt ruim twee maanden later een detachering tot stand bij een andere klant (AB Texel). Ook die detachering wordt na ongeveer twee weken stopgezet, op initiatief van de werkneemster.
Vijf maanden later gaat de werkneemster een meeloopdag toen bij een derde klant (Heidelberg). De werkneemster vindt het werk echter niet passend.
Daarop stuurt het detacheringsbedrijf een factuur voor een bedrag van bijna € 6.400 aan de werkneemster. Het gaat dan om de resterende opleidingskosten en de kosten van de herexamens. Als de werkneemster tegen de factuur protesteert, geeft het detacheringsbedrijf de werkneemster nog een kans om aan haar verplichtingen te voldoen, door één van twee aangeboden functies voor vrachtwagenchauffeur te accepteren. De werkneemster accepteert de functies echter niet. Als de werkneemster de factuur niet betaalt, komt het tot een procedure bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt allereerst dat geen sprake is van een nietig studiekostenbeding. De reden daarvan is dat het gaat om een startkwalificatie, terwijl nergens uit blijkt dat het detacheringsbedrijf op grond van Europees recht, nationaal recht of op grond van de cao verplicht was om de opleiding kosteloos aan de werkneemster aan te bieden.
Het verweer van de werkneemster dat zij de financiële risico's van de opleidingsovereenkomst niet goed kon voorzien, omdat zij niet wist hoeveel zij zou gaan werken en omdat bij de aanvang van de opleidingsovereenkomst de totale opleidingskosten nog niet bekend waren, wordt door de kantonrechter gepasseerd. De totale kosten waren alleen nog niet bekend omdat er sprake was van extra kosten als gevolg van herexamens en extra rijlessen. Die kosten konden vooraf niet bekend zijn.
De werkneemster verweert zich met de stelling dat zij voorafgaand aan de opleidingsovereenkomst heeft besproken dat zij geen fysiek zwaar werk wil verrichten en alleen chauffeurswerk wil doen, zonder laden en lossen. In verband met haar geringe lengte (1,61 meter) en haar leeftijd (59 jaar) zou het werk anders fysiek te zwaar zijn voor haar. Het detacheringsbedrijf heeft echter gemotiveerd weersproken dat zou zijn besproken of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk zou hoeven te doen en heeft daaraan toegevoegd dat vacatures voor vrachtwagenchauffeurs zonder laden en lossen zeldzaam zijn. Bij gebreke van een nadere onderbouwing door de werkneemster, passeert de kantonrechter deze stelling. De kantonrechter constateert bovendien dat de werkneemster verschillende redenen heeft aangevoerd om met het aangeboden werk te stoppen, welke redenen niet alleen betrekking hadden op de zwaarte van het werk. Het werk bij PostNL vond de werkneemster weliswaar te zwaar omdat zij zware ijzeren karren moest verplaatsen, maar het werk bij AB Texel vond de werkneemster niet leuk genoeg omdat zij daarbij een groot deel van de dag in de fabriek moest werken en daarna maar 20 minuten hoefde te rijden. En het werk bij Heidelberg wilde de werkneemster niet doen omdat ze meerdere keren per dag een heel steile trapje op moest klimmen om de betonmixer, waar zij op moest rijden, schoon te spuiten, wat volgens haar voor haar “niet te doen” was. De kantonrechter stelt tenslotte vast dat de werkneemster nooit heeft aangegeven dat zij medisch beperkt is en zich ook nooit ziek heeft gemeld, zodat er voor het detacheringsbedrijf ook geen reden was om de bedrijfsarts in te schakelen.
Het verweer van de werkneemster dat de in de opleidingsovereenkomst verplicht gestelde medische keuring niet zou hebben plaatsgevonden, wordt door de kantonrechter verworpen vanwege de stelling van het detacheringsbedrijf dat de cursist bij aanvang van de opleiding over een gezondheidsverklaring moet beschikken, waarin wordt bevestigd dat de cursist in een medische keuring rijgeschikt is verklaard. Zonder die verklaring kan de cursus niet worden gestart en kan er geen rijexamen worden gedaan.
De werkneemster voert ook nog als verweer dat zij niet voldoende is geïnformeerd over verplichtingen die op grond van de cao gelden bij het niet accepteren van aangeboden werk, maar de kantonrechter gaat daaraan voorbij, onder meer vanwege de laatste kans die het detacheringsbedrijf de werkneemster nog heeft geboden.
Ook het laatste verweer van de werkneemster wordt door de kantonrechter verworpen. De werkneemster had aangevoerd dat haar financiële situatie aan terugbetaling van de opleidingskosten in de weg staat. De kantonrechter wijst er echter op dat het detacheringsbedrijf aan de werkneemster had aangeboden bereid te zijn een betalingsregeling te treffen.
De werkneemster moet daarom de opleidingskosten terugbetalen. Zij wordt ook veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.