Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 02/05/2026 - Juridisch

Schadevergoeding wegens niet verstrekken van positieve referenties over werknemer?

Juridisch

Uitspraak

Een werknemer had in een vaststellingsovereenkomst met zijn ex-werkgever afgesproken dat de arbeidsovereenkomst zou worden beëindigd en dat de werkgever in voorkomend geval positieve referenties zou verstrekken over de werknemer. Als vervolgens door een eventuele nieuwe werkgever referenties worden gevraagd, zijn die zo kritisch dat de nieuwe werkgever ervan afziet om de werknemer in dienst te nemen. De werknemer vordert daarop bij de kantonrechter met succes vergoeding van schade door het verlies van inkomsten uit de niet doorgegane arbeidsovereenkomst.

Een gemeente heeft door middel van het sluiten van een vaststellingsovereenkomst afscheid genomen van een werknemer. In de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat de gemeente desgevraagd aan derden positieve referenties zal verstrekken met betrekking tot het functioneren van de werknemer gedurende de arbeidsovereenkomst.
Na het einde van die arbeidsovereenkomst solliciteert de werknemer naar een functie bij een provincie. Met de provincie wordt overeenstemming bereikt over de arbeidsvoorwaarden, maar de provincie geeft aan dat (alleen) nog een referentie zal worden ingewonnen voordat de arbeidsovereenkomst kan worden gesloten. De werknemer benadert daarvoor een medewerker van de gemeente die zich bereid verklaart om de referentie te verstrekken. Als die medewerker van de gemeente wordt gevraagd of de werknemer proactief en zelfstandig zou kunnen acteren, antwoordt de medewerker van de gemeente dat dit niet de kracht van de werknemer is. En als wordt gevraagd of de werknemer zelfstandig kan werken, antwoordt hij dat de werknemer relatief veel begeleiding en checkmomenten nodig heeft. Als de provincie vervolgens afziet van het sluiten van de arbeidsovereenkomst, spreekt de werknemer de gemeente aan op het niet nakomen van de verplichting tot het verstrekken van positieve referenties. De werknemer vordert daarbij schadevergoeding wegens gederfde inkomsten. Als de gemeente weigert om schadevergoeding te betalen komt het tot een procedure bij de kantonrechter.
De gemeente voert in die procedure verschillende verweren, maar de kantonrechter wijst ze allemaal af.
Dat de gemeente alleen tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst gehouden zou zijn om positieve referenties te verstrekken, is naar de mening van de kantonrechter taalkundig onjuist en ook niet wat de werknemer van de gemeente mocht verwachten. Omdat de gemeente degene was die de vaststellingsovereenkomst had opgesteld, wordt een eventuele onduidelijkheid op dat punt in het nadeel van de gemeente uitgelegd. Bovendien had de medewerker van de gemeente volgens de kantonrechter vooraf moeten aangeven dat hij zich niet langer gehouden achtte aan de verplichting om positieve referenties af te geven. Tenslotte wijst de kantonrechter erop dat de gemeente zelf ook belang had bij het afgeven van positieve referenties, omdat de gemeente als eigenrisicodrager de WW-uitkering van de werknemer moest betalen.
Volgens de gemeente waren slechts verbeterpunten genoemd, maar de kantonrechter is van mening dat duidelijk is dat de referenties niet positief waren.
Ook het door de gemeente bestreden causale verband tussen het niet geven van positieve referenties en het niet doorgaan van de arbeidsovereenkomst wordt door de kantonrechter aangenomen. Uit een door de werknemer overgelegde verklaring van de provincie blijkt dat de door de medewerker van de gemeente verstrekte verklaring punten betrof die voor de provincie belangrijk waren en de provincie had al aangegeven dat de arbeidsovereenkomst alleen nog afhing van het verstrekken van referenties. Dat de medewerker van de gemeente stelde dat hij alleen een beeld had geschetst dat hij van de werknemer had, maar dat hij maar beperkt met de werknemer samengewerkt had en dat de medewerker van de gemeente stelde dat hij van de provincie had begrepen dat die al twijfels had over de geschiktheid van de werknemer voor de functie bij de provincie, kan de gemeente niet baten.
De gemeente wordt daarom door de kantonrechter veroordeeld tot vergoeding van schade die de werknemer lijdt door het niet doorgaan van de arbeidsovereenkomst met de provincie. De hoogte van die schade moet in een afzonderlijke procedure worden vastgesteld.

Commentaar

De vanzelfsprekendheid waarmee in vaststellingsovereenkomsten wordt afgesproken dat de werkgever een positief getuigschrift zal verstrekken en dat de werkgever positieve referenties zal verstrekken, is eigenlijk verbazingwekkend als de mogelijke consequenties daarvan doordacht worden. Natuurlijk is er niets mis met een verplichting om positief over de werknemer te verklaren als de reden van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen verband houdt met het functioneren van de werknemer en als dat functioneren ook geen reden geeft tot het maken van aanmerkingen. Maar als dat functioneren (mede) een reden is waarom de werkgever de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen, dan wordt eigenlijk van de werkgever gevraagd om iets anders te verklaren dan wat hij eigenlijk zou willen verklaren.
Het vonnis van de kantonrechter toont aan dat de werkgever kan worden aangesproken op schadevergoeding als hij niet verklaart wat hij beloofd had te zullen verklaren. Maar als de werkgever de positieve referenties verstrekt en degene die de referenties vraagt daarop de werknemer aanneemt, dan loopt de werkgever ook een risico. Stel nu dat de werknemer op staande voet is ontslagen wegens diefstal, verduistering of een soortgelijk vergrijp, maar dat de werkgever (om een procedure over het ontslag op staande voet te vermijden) ervoor heeft gekozen om de arbeidsovereenkomst met een vaststellingsovereenkomst te beëindigen en dat daarbij is overeengekomen dat de werkgever (ondanks het vergrijp dat reden was voor het ontslag op staande voer) een positief getuigschrift zal opstellen en positieve referenties zal verstrekken. In dat geval loopt de werkgever het risico dat een opvolgend werkgever de werkgever aanspreekt wegens het verstrekken van valse referenties. Immers: als de opvolgend werkgever zou hebben geweten dat de werknemer wegens dat vergrijp was ontslagen, dan zou deze de werknemer nooit hebben aangenomen. De valse verklaring vormt dan ten opzichte van de opvolgend werkgever een onrechtmatige daad, die ook kan verplichten tot het betalen van schadevergoeding.
Natuurlijk komt het in de praktijk bijna nooit voor dat een werkgever wordt aangesproken op verstrekte referenties. De meeste werkgevers hechten sowieso niet veel waarde aan referenties, omdat deze alleen worden aangeboden als de werknemer een goede referentie verwacht of omdat de referenties mogelijk onbetrouwbaar zijn. Een vorige werkgever kan immers een valse referentie verstrekken omdat hij dat met de ex-werknemer heeft afgesproken, alleen maar om op een makkelijke manier afscheid van hem te nemen. Maar het zou geen kwaad kunnen als werkgevers wat minder snel dit soort afspraken zouden maken. Al betekent dat natuurlijk wel dat het moeilijker wordt om een vaststellingsovereenkomst met de werknemer te sluiten.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.