Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 29/06/2015 - Juridisch

Concurrentiebeding met gefailleerde werkgever

Juridisch

De curatoren van een gefailleerde werkgever konden geen beroep meer doen op handhaving van het concurrentiebeding met ontslagen ex-werknemers nadat de onderneming van de gefailleerde werkgever aan een derde was verkocht.

Van een werkgever waar ongeveer 450 werknemers in dienst waren was bij vonnis van de rechtbank van 16 april 2015 het faillissement uitgesproken. De curatoren hadden de arbeidsovereenkomsten met de werknemers opgezegd per 1 juni 2015. In de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers waren concurrentiebedingen opgenomen, als gevolg waarvan het hen verboden was gedurende een periode van een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst in dienst te treden bij een concurrerende onderneming. Een aantal werknemers was vervolgens een arbeidsovereenkomst aangegaan met een concurrerende onderneming. Als datum van indiensttreding was steeds vermeld: “1 juni 2015, althans de datum waarop het de werknemers vrij staat in dienst te treden”. De curatoren hadden de activa van de failliete vennootschap verkocht en waren met de koper overeengekomen dat de curatoren zich zouden inspannen om de werknemers te houden aan de concurrentiebedingen. Dit leidde tot een kort geding bij de kantonrechter waarbij de ex-werknemers schorsing van het concurrentiebeding vorderden en waarbij de curatoren een verbod vorderden om voor de concurrent werkzaam te zijn.

De kantonrechter was allereerst van oordeel dat het concurrentiebeding door het faillissement niet was vervallen. De kantonrechter is verder van mening dat de curatoren een belang hebben bij de nakoming van het concurrentiebeding dat in beginsel in rechte gerespecteerd moet worden, indien de exploitatie van de onderneming van de failliete werkgever wordt voortgezet, bijvoorbeeld om lopende opdrachten af te maken of om een zo gunstig mogelijke doorstart te realiseren. Dat belang is er in gelegen te voorkomen dat het zogenaamde “bedrijfsdebiet” van de gefailleerde werkgever wordt aangetast en dat de marktwaarde van de failliete boedel afneemt. Die situatie verschilt volgens de rechtbank niet van de situatie voorafgaand aan het faillissement.

De kantonrechter is echter van mening dat de situatie verandert als de curator de activiteiten van de failliete werkgever staakt. Op dat moment heeft de curator geen zelfstandig belang meer bij de handhaving van het concurrentiebeding. Dat de koper van de onderneming daarbij wel belang heeft doet volgens de kantonrechter niet ter zake, omdat de koper geen partij is bij het concurrentiebeding. De kantonrechter wijst er op dat in het concurrentiebeding ook geen derdenbeding was opgenomen, waaruit blijkt dat het concurrentiebeding ook de belangen van een derde zou dienen te beschermen, nog afgezien van de vraag of een dergelijke clausule dan wel in rechte stand zou kunnen houden. De kantonrechter wees er ook op dat de koopovereenkomst er niet in voorzag dat de koopprijs zou kunnen worden herzien, als de werknemers door de curatoren niet met succes tot nakoming van het concurrentiebeding zouden kunnen worden aangesproken. Ook op die manier beschouwd hadden de curatoren dus volgens de kantonrechter geen eigen belang bij de nakoming van het concurrentiebeding. De ex-werknemers moeten daarom volgens de kantonrechter bij de concurrent in dienst kunnen treden en de kantonrechter schorst daarom het concurrentiebeding.

Dit bericht is afkomstig van Kantoor Mr. van Zijl advocaten, lees het volledige bericht.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.