Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 14/10/2016 - Juridisch

In dienst van de BV van je partner: dienstbetrekking of toch niet?

Juridisch

In een arbeidsverhouding kan sprake zijn van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als er is voldaan aan de volgende vereisten:

  • er bestaat een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid; én
  • er is sprake van een gezagsverhouding; én
  • er is de verplichting tot het betalen van loon (voor de verrichte arbeid).

Bij de beoordeling of er in een arbeidsrelatie sprake is van een dienstbetrekking moet met alle feiten en omstandigheden rekening worden gehouden. Soms kan dat wat als een dienstbetrekking wordt gepresenteerd namelijk in werkelijkheid toch anders zijn, zo blijkt ook uit een procedure bij de centrale raad van beroep.

Afspraak tussen echtgenoten
Op basis van vaste jurisprudentie wás de conclusie dat, door het ontbreken van een gezagsverhouding tussen echtgenoten, een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen die echtgenoten niet aannemelijk was. Dat geldt echter niet meer.
Ook in een arbeidsrelatie tussen (ex-)echtgenoten kan er weldegelijk een gezagsverhouding bestaan. De familierelatie is wel een element dat in de beoordeling betrokken dient te worden maar is zeker niet doorslaggevend. Alle feiten en omstandigheden moeten meewegen. 

Werken voor de BV van je man
Het UWV vorderde de uitkering op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) terug van een vrouw die twee keer kort voor dat ze ging bevallen een arbeidsovereenkomst sloot met de BV van haar echtgenoot. Volgens het UWV was op basis van de feiten en omstandigheden geen sprake van een dienstbetrekking.
De eerste arbeidsovereenkomst ging pas in nadat de WAZO-uitkering al was aangevraagd. Beide dienstverbanden werden, ondanks dat ze voor onbepaalde tijd waren aangegaan, nog tijdens de uitkeringsperiode van de WAZO weer beëindigd. Verder bleek dat er tijdens het bevallingsverlof geen vervanging voor de vrouw was geregeld en ook nadat de dienstverbanden werden beëindigd werd er geen ander personeel geworven of te voorzien in de werkzaamheden van de vrouw.
Bewijs dat de vrouw voor de BV van haar man had gewerkt was er niet. Zelf kon zij maar in heel algemene termen een omschrijving geven van haar werkzaamheden.

De Centrale Raad van Beroep concludeerde op basis van die feiten dan ook dat het in beide gevallen ging om gefingeerde dienstverbanden. Het was dan ook geen verrassing dat het UWV de WAZO-uitkeringen mocht herzien en terugvorderen.

Bron: www.rechtspraak.nl

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.