Een werkneemster meldt zich met terugwerkende kracht bij het UWV ziek en vraagt daarbij een Ziektewetuitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en/of bevalling. Het UWV beslist dat de werkneemster pas vanaf de datum van de melding arbeidsongeschikt is en dat de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van zwangerschap en/of bevalling, zodat geen recht bestaat op Ziektewetuitkering. De werkneemster maakt daartegen tevergeefs bezwaar en stapt daarna naar de rechtbank. De rechtbank vindt dat de beslissing van het UWV geen stand kan houden. De eerste dag van arbeidsongeschiktheid heeft het UWV weliswaar juist vastgesteld, maar het UWV heeft ten onrechte gesteld dat de arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit zwangerschap of bevalling. Of de werkneemster alsnog recht heeft op Ziektewetuitkering hangt af van de vraag of zij voldoet aan de overige voorwaarden. Daarover moet het UWV opnieuw beslissen.
Een werkneemster meldt zich op 17 november 2023 bij het UWV met terugwerkende kracht tot 14 augustus 2023 ziek vanwege een burn-out. Zij vindt dat haar burn-out het gevolg is van zwangerschap of bevalling en claimt daarom een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling. Het UWV besluit dat de werkneemster per 14 augustus 2023 niet arbeidsongeschikt is te achten voor haar eigen werk. Ook komt het UWV tot de conclusie dat de werkneemster per 17 november 2023 wel arbeidsongeschikt is te achten, maar dat die arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van zwangerschap of bevalling. Daarom bestaat geen recht op Ziektewetuitkering.
Het door de werkneemster tegen dat besluit gemaakte bezwaar wordt door het UWV ongegrond verklaard. De werkneemster stelt vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat de werkneemster per 14 augustus 2023 niet arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. De rechtbank overweegt daarbij dat de werkneemster destijds weliswaar belemmeringen ervoer in het uitvoeren van haar werk, maar dat dat niet hoeft te betekenen dat zij ook arbeidsongeschikt was voor haar werk. De rechtbank wijst er in navolging van de bezwaarverzekeringsarts van het UWV op dat de werkneemster zelf heeft verklaard dat zij met haar collega’s een manier had gevonden om met haar belemmeringen om te gaan. Volgens de rechtbank is gebleken dat haar belemmeringen uiteindelijk pas op 17 november 2023 dusdanig waren toegenomen, dat ook hulpmiddelen de werkneemster niet meer hielpen om haar werk te kunnen verrichten. De rechtbank wijst er verder op dat objectieve, medische informatie over de situatie van de werkneemster op 14 augustus 2023 ontbreekt en dat aan de door de werkgever verstrekte verklaring geen doorslaggevende betekenis toekomt. Ook vindt de rechtbank van belang dat de werkneemster pas op 5 oktober 2023 met haar burn-out klachten naar de huisarts is gegaan. De rechtbank overweegt dat het exacte moment waarop sprake was van een burn-out, op basis van de voorhanden zijnde stukken moeilijk is vast te stellen. De huisarts heeft de diagnose burn-out op 5 oktober 2023 gesteld. De rechtbank vindt dat de bezwaarverzekeringsarts van het UWV echter voldoende heeft gemotiveerd dat er niet eerder dan op 17 november 2023 sprake was van een burn-out, omdat de werknemer pas vanaf 17 november 2023 niet meer in staat bleek te zijn om adequaat te functioneren, zowel in de thuissituatie als in het werk. De rechtbank vindt dat de werkneemster onvoldoende twijfel heeft gezaaid ten aanzien van dat oordeel van de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank is wel van oordeel dat het UWV ten onrechte heeft geoordeeld dat de ongeschiktheid van de werkneemster per 17 november 2023 niet voortkomt uit zwangerschap of bevalling. De rechtbank kan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de burn-out niet zou zijn ontstaan tijdens de zwangerschap of bevalling niet volgen, omdat de werkneemster al tijdens haar zwangerschap fysieke en mentale klachten had en omdat niet kan worden uitgesloten dat deze klachten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de burn-out. De vraag of de werkneemster alsnog recht heeft op Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling, hangt af van de vraag of zij voldoet aan de overige voorwaarden voor het recht op uitkering. De rechtbank draagt het UWV op om daarover alsnog te beslissen.