Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 18/02/2014 - Juridisch

Wijzigingen Wet Werk en Zekerheid (deel 9)

Juridisch

In vervolg op onze blogreeks over het wetsvoorstel Werk en Zekerheid, heeft de wetgever inmiddels al weer wat wijzingen aangebracht aan het wetsvoorstel.

In de nota van wijzigingen is onder andere de herroepingsmogelijkheid van een beëindigingsovereenkomst aangepast.

Op basis van het oorspronkelijke wetsvoorstel kon een werknemer tot twee weken na het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst tot beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst zijn instemming herroepen, waarmee alsnog de arbeidsovereenkomst in stand blijft. Men kon zich al levendig inbeelden hoe dat in de praktijk zou gaan. De werknemer zou instemmen met een redelijke vergoeding. Binnen twee weken zou hij zijn instemming intrekken met de mededeling dat hij toch eigenlijk een wat hogere vergoeding had gewenst. Om er snel van af te zijn, zou de werkgever hem dat extraatje nog hebben gegeven ook. Echter, wat schetst zijn verbazing, binnen twee weken na die verhoging trekt de werknemer zijn instemming wéér in met de mededeling dat hij nóg wat extra´s had gewenst. Het gevolg hiervan zou zijn dat werkgevers geen vaststellingsovereenkomsten meer zouden willen sluiten, maar alle beëindigingen via het UWV of de kantonrechter zouden afhandelen om zekerheid te verkrijgen. Dit terwijl de wetgever tot doel heeft de rechterlijke macht te ontlasten met dit wetsvoorstel.

De wetgever heeft op dit doemscenario ingespeeld door de wet zo aan te passen dat binnen zes maanden niet meer dan één keer gebruik kan worden gemaakt van het herroepingsrecht.

Daarnaast wordt voorgesteld om bestuurders van rechtspersonen dat herroepingsrecht helemaal te ontnemen, omdat voor hen de herroeping toch niet zou leiden tot herstel van de arbeidsovereenkomst.

Ten slotte hebben een aantal Kamerleden amendementen voorgesteld met betrekking tot de transitievergoeding. Op basis van het oorspronkelijke wetsvoorstel is de werkgever een transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd bij beëindiging van een contract dat langer dan twee jaar heeft geduurd, ongeacht de wijze van eindigen. Het amendement stelt voor de uitzondering voor arbeidsovereenkomsten van korter dan twee jaar te schrappen, zodat de werkgever altijd een transitievergoeding verschuldigd is.

Het meest opvallende amendement wil de hoogte van de transitievergoeding verdubbelen.

Na behandeling van de amendementen in de plenaire vergadering in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel Werk en Zekerheid volgt meer nieuws.

Auteur: Maartje Ouwehand
Bron: Wieringa advocaten

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.