Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 02/06/2026 - Juridisch

Geen terugvordering onverschuldigd betaald loon

Juridisch

Uitspraak

Een werkgever had aan een werknemer onverschuldigd 100% van het loon betaald omdat hij er op basis van een advies van de bedrijfsarts van uitging dat een werknemer (weer) arbeidsgeschikt was. Toen uit een deskundigenoordeel van het UWV bleek dat de werknemer nog arbeidsongeschikt was vorderde de werkgever 30% van het loon terug omdat tijdens ziekte maar 70% hoefde te worden betaald. Dat vond de kantonrechter echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, omdat de werkgever niet op de mogelijkheid van terugvordering had gewezen. Ook speelde een rol dat de werkgever de werknemer op non-actief gesteld had.

Bij het UWV werkt al sinds 1999 een werknemer in de functie van medewerker bezwaar en beroep. In 2020 valt de werknemer ziek uit met stress- en vermoeidheidsklachten. Als de werknemer een jaar ziek is, verlaagt het UWV de betaling van het loon van 100% naar 70%, in overeenstemming met de toepasselijke cao.
De bedrijfsarts acht de werknemer ongeschikt voor zijn eigen arbeid, maar geschikt voor passende arbeid. Een functie met klantcontact zou goed bij de werknemer passen. Als de werknemer op een dergelijke functie solliciteert, wordt hij afgewezen. En als de HR-medewerker bij alle managers informeert of er een passende functie voor de werknemer is, wordt hij afgewezen. Als de bedrijfsarts schrijft dat hij de werknemer niet meer arbeidsongeschikt acht, gaat het UWV het volledige loon betalen. Tegelijkertijd wordt hij echter op non-actief gesteld.
De werknemer is het echter niet eens met het feit dat hij arbeidsgeschikt wordt verklaard en vraagt bij het UWV (als uitvoeringsinstantie, niet als werkgever) een deskundigenoordeel. Als dat deskundigenoordeel inhoudt dat de werknemer toch arbeidsongeschikt is, vordert het UWV 30% van het betaalde loon terug. Het gaat om een bedrag van ruim € 5.000 dat het UWV met het loon verrekent.
Uiteindelijk wordt aan de werknemer een WIA-uitkering toegekend, waarbij hij volledig arbeidsongeschikt wordt geacht. De arbeidsovereenkomst wordt via een vaststellingsovereenkomst beëindigd, waarbij het UWV aan de werknemer de transitievergoeding betaalt. In de vaststellingsovereenkomst wordt echter geen finale kwijting overeengekomen.
De werknemer is het niet eens met het oordeel van het UWV (als uitvoeringsinstantie) dat het UWV (als werkgever) voldoende aan de re-integratie heeft gedaan. Bij de rechtbank krijgt de werknemer daarin gelijk en dat leidt ertoe dat het UWV(als uitvoeringsinstatie) een bedrag van bijna € 13.000 als schadevergoeding aan de werknemer betaalt wegens het ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie. De werknemer wil echter ook nog de teruggevorderde 30% van het loon terug en daarnaast vanwege de tekortschietende re-integratie: schadevergoeding wegens inkomensverlies (ruim € 450.000), pensioenschade (ruim € 15.000), schadevergoeding wegens gemaakte zorgkosten (bijna € 2.000), een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand (bijna € 10.000) en vergoeding van immateriële schade (€ 100.000).
De vorderingen tot schadevergoeding worden door de kantonrechter allemaal afgewezen, omdat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij passend werk zou hebben gevonden en dat hij daarin tot aan zijn pensioen in mei 2043 bij het UWV had kunnen werken als het UWV wel genoeg aan de re-integratie zou hebben gedaan. Volgens de kantonrechter heeft het UWV er terecht op gewezen dat de werknemer al voor zijn ziekmelding psychische en lichamelijke problemen had die niet aan het werk zijn gerelateerd, dat hij problemen in de privé-sfeer had en dat in de persoon gelegen factoren een rol hebben gespeeld bij de overbelasting in zijn werk.
De terugvordering van de 30% van het loon wijst de kantonrechter echter wel toe, omdat de werknemer er volgens de kantonrechter geen rekening mee behoefde te houden dat het UWV de 30% van het loon die het UWV nabetaalde toen de bedrijfsarts hem arbeidsgeschikt achtte, weer terug zou moeten betalen als uit het deskundigenoordeel zou blijken dat hij toch weer arbeidsongeschikt was. De kantonrechter wijst erop dat het UWV de werknemer op non-actief had gesteld en dat het UWV de werknemer ook niet op de mogelijkheid van terugbetaling heeft gewezen.

Commentaar

Ook bij het UWV als werkgever is wel eens wat aan de hand. Het UWV had niet genoeg aan de re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer gedaan, maar dat was onvoldoende reden voor de enorme vorderingen die de werknemer vervolgens als schadevergoeding van het UWV (als werkgever) wenste te ontvangen.
Onverschuldigd betaald loon kan door de werkgever in beginsel worden teruggevorderd, maar die terugvordering kan in strijd komen met de eisen van goed werkgeverschap (of zoals in dit geval: naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn). Belangrijk is of de werknemer had kunnen begrijpen dat hij te veel loon kreeg en dat het te veel betaalde teruggevorderd zou kunnen worden. Een werknemer die zijn loon per abuis twee keer ontvangt moet begrijpen dat hij het dubbel betaalde loon weer terug moet betalen. Maar als de werkgever een te laag bedrag als pensioenpremie op het loon inhoudt, hoeft de werknemer niet te begrijpen dat hij te veel loon ontvangt. Terugvordering van het onverschuldigd betaalde loon kan dan in strijd komen met goed werkgeverschap. De werknemer wordt aldus beschermd tegen onverwachte betalingsverplichtingen.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.