Heeft u vragen? Wij zijn telefonisch bereikbaar op 030 262 45 94
Vacature Ons kantoor is open van ma t/m vrij tussen 08:00 en 17:00 uur
b+p Belastingadviseurs - 23/11/2017 - Juridisch

Toepasselijkheid no-risk polis bij herplaatsing bij zusterbedrijf

Juridisch

Heeft een werknemer die arbeidsongeschikt is uitgevallen en na de wachttijd van 104 weken nog steeds arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is, recht op een Ziektewetuitkering (no-risk polis) als hij per het einde van die wachttijd bij een zusterbedrijf aan het werk gaat en daar ziek uitvalt? Deze vraag lag ter beantwoording voor aan de rechtbank, maar de rechtbank kwam aan beantwoording van die vraag niet toe. Of toch wel?

Een werknemer was op 26 augustus 2014 uitgevallen voor zijn werk als loodsbaas bij een bedrijf dat werkzaam was in de transport- en distributiesector. Tijdens de eerste 104 weken van ziekte is de werknemer als loodsmedewerker gaan werken bij een zustermaatschappij, waar hij per het einde van de wachttijd een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden, onder gelijktijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke werkgever. De aanvraag voor een WIA-uitkering wordt door het UWV geweigerd omdat de werknemer na het doormaken van de wachttijd minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Het UWV kent daarbij aan de werknemer niet de “no-risk polis” toe, waardoor de nieuwe werkgever geen recht heeft op premiekorting en waardoor de werknemer in geval van ziekte geen recht krijgt op een Ziektewetuitkering. Als reden voor het niet toekennen van de no-risk polis vermeldt het UWV dat de werknemer in staat was om bij zijn huidige werkgever zijn eigen werk of passend werk te doen.
De oorspronkelijke werkgever maakt bij het UWV bezwaar tegen de beslissing dat geen recht bestaat op de no-risk polis. Daarbij wordt gesteld dat de werknemer niet meer in staat was om zijn eigen werk als loodsbaas de verrichten, onder meer omdat in die functie onregelmatig wordt gewerkt. Als loodsmedewerker bij de zustermaatschappij hoeft de werknemer slechts overdag te werken en wordt ook met zijn overige beperkingen rekening gehouden. De oorspronkelijke werkgever wijst er daarbij op dat de zustermaatschappij een andere rechtspersoon is met een eigen loonheffingennummer en een eigen jaarrekening, met wie de werknemer ook een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan.
Het UWV verklaart het bezwaar ongegrond omdat de no-risk polis niet van toepassing is vanwege het feit dat beide vennootschappen zodanig met elkaar zijn verbonden dat niet kan worden gesproken van re-integratie in het tweede spoor. De oorspronkelijke werkgever stelt daarop beroep bij de rechtbank in.

De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van de vraag of de werknemer in dit geval recht heeft op de no-risk polis, omdat de rechtbank van mening is dat de oorspronkelijke werkgever geen procesbelang heeft. Een procesbelang bestaat als het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het indienen van het beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Een procesbelang bestaat ook als het bestreden besluit een rechtstreeks gevolg geeft waarvan in een andere rechtsverhouding nadeel zal worden ondervonden en het bestreden besluit beslissend is voor het al dan niet intreden van dit gevolg.
De oorspronkelijke werkgever had als procesbelang aangevoerd dat het met de toepasselijkheid van de no-risk polis voor een andere werkgever aantrekkelijker wordt om de werknemer in dienst te nemen. De rechtbank beschouwt dat niet (meer) als een procesbelang, omdat de werknemer per het einde van de wachttijd inmiddels in dienst is gegaan bij een nieuwe werkgever. De rechtbank voegt daaraan toe dat die nieuwe werkgever een juridisch en feitelijk zelfstandig bedrijf is met eigen bedrijfsactiviteiten, een eigen inschrijving in het handelsregister, een eigen aansluitingsnummer bij het UWV, een eigen jaarrekening en een vestiging op een andere locatie dan die van de oorspronkelijke werkgever. Dat beide bedrijven zustermaatschappijen zijn, betekent volgens de rechtbank niet dat zij met elkaar te vereenzelvigen zijn. Het belang van de zustermaatschappij bij de toepasselijkheid van de no-risk polis brengt daardoor niet mee dat de oorspronkelijke werkgever een procesbelang heeft. Het beroep van de oorspronkelijke werkgever wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Dit bericht is afkomstig van Kantoor Mr. van Zijl advocaten, lees het volledige bericht.

b+p Belastingadviseurs maakt gebruik van functionele cookies die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van de website en analytische cookies om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van de website. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en wij plaatsen geen marketing cookies. Meer informatie over privacy.